Translate
Spelletjes.jouwweb.nl
Home » 175 opvoedklassiekers

175 opvoedklassiekers

Heb je je haren al gekamd? 

Geef antwoord als ik je iets vraag! 
Ben je doof of zo? 
Denk maar aan de arme kindjes in Afrika. 
Straks gaat er nog iemand huilen! 
Heb je doorgetrokken? 
Het is hier geen hotel. 
Ruim je rotzooi op! 
Handen wassen na het plassen. 
Praat ik soms tegen een muur? 
Blijf uit je neus. 
Je bed is geen trampoline! 
Kijken doe je met je ogen. 
Je kunt van de wc komen, de afwas is klaar. 
Waag het eens om weg te lopen terwijl ik tegen je praat. 
En nu is het genoeg! 
Hoe vaak moet ik dit nu nog zeggen? 
Wacht maar tot je vader thuiskomt. 
Niet rennen met een lolly in je mond! 
Sinterklaas weet alles, hoor. 
Hoe weet je nou dat je het niet lekker vindt als je het niet probeert? 
Heb je je kamer opgeruimd? 
Lief zijn, hè. 
Doe die deur dicht! Ben je soms in de kerk geboren? 
Niet met je natte haren naar buiten, anders word je ziek. 
Ga je zó naar dat feestje?! 
Gaat toch lekker buiten spelen, de zon schijnt. 
Niet rennen in huis. 
Samen spelen, samen delen. 
Dit is de laatste keer dat ik je waarschuw! 
Ik kan niet gelóven dat je dat echt hebt gedaan. 
Niet zeuren, groenten zijn gezond. 
Als de klok slaat, blijven je ogen zo scheel staan. 
Had jij niet allang in bed moeten liggen? 
Dit is geen restaurant! 
Lijk ik soms op een serveerster? 
Heb je je huiswerk al gemaakt? 
Ga rechtop zitten. 
Als ik jouw mening wil, dan vraag ik hem wel. 
Ik heb het nu al duizend keer gezegd. 
Ik zei: doe de deur dicht, niet gooi de deur dicht. 
Over mijn lijk! 
Niemand heeft jou wat gevraagd. 
En nu ben ik het he-le-maal zat! 
Wat, wil je van huis weglopen? Ik help je wel inpakken. 
Stop dat niet in je mond, je weet niet waar het heeft gelegen. 
Je bent precies je vader. 
Zeg sorry! 
Nee, dat is geen vis, dat is waterkip. 
Ik doe dit niet om je te pesten, maar om je te helpen. 
Zo zou ik nóóit tegen mijn moeder hebben durven praten. 
Til je voeten op. 
Kindjes die vragen, worden overgeslagen. 
Je moest eens weten wat ík allemaal zou willen. 
Toen ik jong was, had je dat allemaal nog niet. 
Hoe laat ben je thuis? 
Waar ga je naartoe? 
Met wie ga jij eigenlijk? 
Niet alleen naar huis fietsen! 
Als Kevin van de brug springt, spring jij er dan achteraan? 
Die sokken wandelen echt niet vanzelf naar de wasmand. 
Praat niet met je mond vol. 
Wat is het magische woord? 
Die kapstok hangt daar niet voor de sier. 
Doe altijd schoon ondergoed aan voor het geval dat je een ongeluk krijgt. 
Heb je soms wat aan je benen? 
Wat je ook gaat vragen: het antwoord is nee. 
Van een beetje water ga je heus niet dood. 
Zo praat je niet tegen mij! 
Zolang je in dit huis woont, ben ik de baas. 
Ga dat maar aan je vader vragen. 
Ik ben geen taxi. 
Ik heb je op deze wereld gezet en
ik kan je er zó weer vanaf halen. 
Niet smakken! 
Heb je niks beters te doen? 
Je krijgt vierkante ogen van al dat tv-kijken. 
Het geld groeit me niet op de rug, hoor. 
Zit niet aan dat korstje te peuteren, 
anders krijg je een litteken. 
En nu naar je kamer! 
Als je je bord niet leeg eet, krijg je ook geen toetje. 
Ik tel tot drie... 
Praat ik soms Chinees? 
Ik zal altijd van je houden. 
Nee, ik weet niet waar jouw voetbalschoenen zijn, want ik draag die ze nooit. 
Durf dat nog eens te zeggen en je mag je mond met zeep gaan spoelen. 
Haal dat ding van de trap voordat iemand zijn nek erover breekt! 
Het leven is niet eerlijk. 
Doe die deur dicht, anders stook ik voor de hele straat. 
Toen ik zo oud was als jij... 
Heb je oma al bedankt voor die mooie gebreide trui? 
Ik ben de liefste moeder die je hebt. 
Het geld groeit niet aan de bomen hoor! 
Dus iedereen mag behalve jij? 
Kijk maar uit, anders breng ik je terug naar de winkel. 
Straks als je zelf moeder bent, bedenk je je eigen regels maar. 
Omdat ik het zeg! 
Je hébt net gegeten. 
Niet zo schreeeeuwen! 
Nee, we zijn er nog niet. 
Ben je soms door de wc gezakt? 
Straks als je wat ouder bent, ga je begrijpen wat ik bedoel. 
Dat woord wil ik hier in huis nooit meer horen. 
Zó heb ik je niet opgevoed! 
Natuurlijk mag je buiten gaan spelen, als je maar eerst je kamer opruimt. 
Jij bent de oudste, jij zou beter moeten weten. 
Heb je je tanden gepoetst? 
De kaboutertjes hebben dit zeker gedaan? 
Kan me niet schelen dat jij het daar niet hebt gelegd, je moet het gewoon opruimen. 
Appelmoes is geen groente. 
Licht uit! 
Je hebt niks om aan te trekken? Je kast hangt vol met kleren! 
"Weettiknie" is géén antwoord. 
Mes rechts. 
Ellebogen van tafel. 
Links, rechts, links gekeken, dan pas oversteken. 
Je moet wel netjes u zeggen. 
Honger? Opa en oma hadden honger. Jij hebt trek. 
Voeten vegen! 
Kijk me aan als ik tegen je praat. 
Als je eerlijk bent krijg je geen straf, maar als je liegt krijg je dubbel. 
Ik ben de werkster niet! 
Van proberen kun je het leren. 
Maak je bed op. 
Moet ik me soms omdraaien? 
Doe een lampje aan, anders verpest je je ogen. 
Wat ?ja?? ?Ja mama? bedoel je zeker. 
Zit stil! 
Ik heb niet met je op school gezeten. 
Werd jou iets gevraagd? 
Niet slaan anders krijg je een tik! 
Plak geen snotjes onder de tafel. 
Nee, je spoelt niet door het doucheputje. 
Heb je je sleutel bij je? 
Volgende keer graag plassen vóórdat we weggaan. 
Je moet van vóór naar achteren vegen, niet andersom. 
Maakt niet uit wie er begon, ik maak het af. 
Blijf van je broertje af! 
Laat je zusje met rust! 
Of je worst lust. 
Mankeert er wat aan je handjes? 
Degene die het sloopt, is degene die het koopt. 
En wat zeg je dan? ?Dankjewel?. 
Dáárom. 
Ga met je schoenen van de bank. 
Waag het niet! 
Waarom vraag je het me dan? 
Hadden ze geen klok daar? 
Hou op! 
Blijf met je vieze handen van mijn muren af. 
Doe nou eens normáál! 
Lui-ste-ren! 
Niet je mes aflikken. 
Waar was je nou? 
Eerst iets hartigs op de boterham, dan iets zoets. 
Eet je bord leeg. 
We blijven aan tafel zitten totdat iedereen klaar is. 
Houd je grote mond! 
Welk gedeelte van het woord ?nee? snap je niet? 
Nog één kusje... 
Als ik alles van te voren geweten had... 
Ga jij maar naar de gang. 
Heb je soms met je neus gekeken? 
Het komt allemaal wel goed. 
Kusje erop, over. 
Kijk me aan als ik wat zeg. 
Ik ben geen pakezel! 
Als grote mensen praten, houden kinderen hun mond. 
Niks ?ja maar?! 
Wacht maar tot je later zelf kinderen hebt. 
Hussen met je neus ertussen. 
Ga maar buiten kijken of het gras groeit. 
Kinderen onder de zes krijgen geen mes 

Ik heb maar twee handen.